Afspraken over sloop bij sanering

Bedrijven die meedoen met de saneringsregeling mogen de inrichting binnen de stal verwijderen voordat de NVWA de 8-maanden controle doet. Maar muren, dak en mestputten moeten nog aanwezig zijn op het moment van de controle. Varkenshouders moeten zelf de regie nemen en direct starten met de procedures die nodig zijn voor de sloop van de gebouwen.

Coalitie Vitale Varkenshouderij en de POV voeren overleg met het ministerie van LNV en RVO over de uitvoering van de subsidieregeling varkenshouderij (Srv). Er zijn afspraken gemaakt over de sloop van de gebouwen en over de termijnen waarbinnen de NVWA de controles zal uitvoeren. De inrichting binnen de stal mag worden verwijderd voordat de NVWA de 8-maanden controle komt uitvoeren, maar de muren, het dak en de mestputten moeten nog aanwezig zijn op het moment van de controle.

Er heeft vervolgoverleg plaatsgevonden met LNV en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over het op tijd intrekken en wijzigen van vergunningen, de procedure voor bestemmingsplanwijzigingen en het afvoeren van sloopmateriaal. Hierbij is ook het snel kunnen afwikkelen van het flora- en fauna onderzoek, dat in het kader van de sloop van de bedrijfsgebouwen moet plaatsvinden, besproken.

Het staat voorop dat de varkenshouder en zijn adviseurs er alles aan moeten doen om binnen de gestelde termijnen in de regeling aan de voorwaarden te voldoen, de varkenshouder is hierbij in de lead. Het advies aan de deelnemende varkenshouders is dan ook om direct nadat ze definitief het besluit hebben genomen om mee te doen, de noodzakelijke procedures in gang te zetten. Dit in nauw overleg met de gemeente.

Als alle stappen die de varkenshouder heeft ondernomen goed zijn gedocumenteerd en daarbij een vertraging is opgetreden buiten de invloedsfeer van de varkenshouder zelf, kan daarover in gesprek worden getreden met RVO, de uitvoerder van de Srv.

Intrekken vergunningen mag geen problemen opleveren
Binnen 8 maanden moet de vergunning ingetrokken dan wel aangepast zijn. Het betreft specifiek de milieuvergunning en de eventuele vergunning op basis van de Wet natuurbeheer.

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om tijdig bij de gemeente na te gaan of zaken op tijd worden opgepakt. Vanuit het Rijk zijn afspraken gemaakt met gemeenten en omgevingsdiensten om de varkenshouders hierin actief te ondersteunen. De VNG heeft in de gesprekken nogmaals bevestigd dat normaal gesproken dit binnen de afgesproken termijnen wordt afgewerkt. Veel gemeentes spelen hier proactief op in.

Zijn er duidelijke aanwijzingen dat de decentrale overheden de gemaakte afspraken niet nakomen of onvoldoende meewerken, meldt dit bij RVO en de POV zodat hierop actie op kan worden ondernomen.

Start direct met het soortenonderzoek
De aanwezigheid van beschermde soorten in de te slopen stallen en andere bebouwing kan het lastig maken om de termijn van 14 maanden (sloop afgerond) te halen. Een ‘quick scan’ en het eventueel benodigde nadere soortonderzoek en mitigatieplan, dienen te worden uitgevoerd volgens de geldende soortprotocollen en dienen te worden opgesteld door een ecologisch deskundige en - als onderdeel van de sloopmelding - ter toetsing aan de gemeente worden voorgelegd. De afspraak is gemaakt om als Coalitie Vitale Varkenshouderij, VNG en LNV de vinger aan de pols te houden en de betreffende varkenshouders hierin zo goed mogelijk te faciliteren. Veel gemeenten hebben dit al opgepakt, maar het is aan de aanvrager zelf om dit onderzoek te laten uitvoeren. In Brabant hebben bijvoorbeeld een aantal gemeenten de quick scan opgepakt, al uit laten voeren en betaald voor de varkenshouders. Dat is niet overal het geval en zullen varkenshouders hierop zelf actie moeten ondernemen.

Coalitie Vitale Varkenshouderij en VNG werken aan een praktische handleiding voor de uitvoering van het onderdeel soortenbescherming met ook een lijst van bureaus die de ‘quick scan’ en het flora en fauna onderzoek kunnen uitvoeren. Dit ondersteunt varkenshouders bij hun deelname aan de Srv.

De afspraak is gemaakt dat, als het onderzoek voor bepaalde soorten en het uitvoeren van een mitigatieplan uiteindelijk niet binnen de termijn kan worden uitgevoerd, er na overleg tussen RVO en de varkenshouder zal worden bezien hoe hiermee om te gaan (maatwerk).

Herbestemming
Indien herbestemming van de locatie aan de orde is, dient dit zo snel mogelijk te worden besproken met de gemeente. Veel aanvragers hebben dat al gedaan in het voortraject naar het indienen van een aanvraag. Op basis van een concreet schriftelijk verzoek kan de gemeente een principebesluit nemen. Dit geeft geen 100% zekerheid, aangezien de procedure tot herbestemming een jaar kan duren, maar het geeft wel aan wat mogelijk is. Om de gemeente een principebesluit te laten nemen, moet de varkenshouder dus wel zijn/haar plan kenbaar maken. Het beeld is nu dat meer dan de helft van de varkenshouders die een positieve beschikking hebben gekregen, nog niet bij de gemeenten hebben aangegeven wat ze willen op het gebied van herbestemming. Een aantal gemeenten zijn actief aan het werk om de varkenshouders zelf te bellen om hen uit te nodigen om langs te komen en hun plannen te bespreken. Dat is niet in alle gemeenten het geval en hier zullen varkenshouders zelf actie moeten ondernemen.

Afvoer sloopmateriaal
De eis blijft dat de locatie schoon moet worden opgeleverd en er dus geen sloopmateriaal, in wat voor vorm dan ook, mag achterblijven. Er kan een uitzondering worden gemaakt indien er een aantoonbare afspraak is met de gemeente waarin is aangegeven dat de gemeente akkoord gaat met het achterblijven van materiaal.

Afspraken vastleggen
Het advies is om alle afspraken die met overheden en derden, bijvoorbeeld sloopbedrijven, worden gemaakt goed schriftelijk vast te leggen en hiermee een ‘dossier’ op te bouwen waarmee overmachtssituaties kunnen worden aangetoond.