Economische analyse Kwaliteitsbiggen

Focus op kwaliteitsbiggen levert het meeste rendement op

Dit rapport maakt duidelijk dat economisch rendement in de zeugenhouderij niet draait om het maximaliseren van het aantal biggen per worp, maar om het vinden van het optimale evenwicht tussen aantal en kwaliteit. Extra biggen [> 17] per zeug zijn in de praktijk vaak de duurste biggen: ze vragen meer zorg, hebben vaker een lager geboortegewicht en kennen hogere uitval- en voerkosten. Meer is dus niet automatisch financieel beter.

Een sterkere focus op kwaliteitsbiggen levert een berekend positief rendement op van €1,10 bij bedrijven waar zeer hoogproductieve zeugen vervangen worden door zeugen met gemiddeld grote worpen en hoger geboortegewicht. Doorgerekend naar de vleesvarkensfase leveren deze kwaliteitsbiggen meerwaarde op van €3,60 door betere groei en voerconversie.

Tegelijkertijd toont het onderzoek ook aan dat een kleine worpgrootte (14,78 biggen) economisch evenmin gunstig is. De extra investeringen in bigkwaliteit worden dan minder snel terugverdiend. Het draait dus om balans: voldoende biggen met een goede vitaliteit, gezond geboortegewicht en groeipotentie.

De kernboodschap aan ondernemers is daarom: stuur niet op maximale productie, maar op economisch optimum. Laat goed doorrekenen wat een grotere worpgrootte op uw eigen bedrijf daadwerkelijk oplevert – of kost. In veel gevallen kan een zeer hoogproductief bedrijf financieel én praktisch beter lopen met iets minder biggen per worp, mits die biggen van hoge kwaliteit zijn.

“Het gaat niet om maximale productie, maar om het economische optimum. De laatste extra biggen zijn vaak de duurste. Ondernemers doen er verstandig aan goed door te rekenen wat een grotere worpgrootte écht oplevert. Sommige bedrijven zouden financieel én praktisch beter lopen met iets minder, maar sterkere biggen.”

Het rapport onderstreept dat investeren in bigvitaliteit en -kwaliteit essentieel is, maar dat dit niet automatisch betekent dat grotere tomen economisch rendabel zijn evenals gemiddeld te kleine tomen (14,78 biggen). De uitdaging voor de sector ligt niet in het maximaliseren of minimaliseren van aantallen, maar in het vinden van de juiste balans tussen productie, dierkwaliteit en financieel rendement.

Lees hier het rapport.